De rest van je leven

vertroebeling‘Als ik de rest van mijn leven zó moet doorbrengen…’verzucht ze, en het klinkt niet vrolijk. Ze ziet er tegenop omdat ze heeft vastgesteld dat de omstandigheid waarin ze nu verkeert, niet haar voorkeur heeft. (En dat is nog zacht uitgedrukt.) Ze wil dit niet, ze heeft er niet voor gekozen, ze baalt ervan, ze had zich de zaken heel anders voorgesteld. Leuker.

Nu bedenkt ze hoe ze zich de jaren tot aan haar dood zal voelen. Ze vermoedt zoals nu. Tenzij de omstandigheden op miraculeuze wijze veranderen natuurlijk. Dan zal ze zich beter voelen. Maar ze heeft weinig hoop. Bij anderen in deze omstandigheid is er ook nooit iets veranderd. Ze zal ermee moeten leren leven.

Wat ze zich niet realiseert, is dat het perspectief dat ze nu heeft, slechts één van de miljarden mogelijke perspectieven is. Ze ziet (nog) niet dat wat ze nú denkt geen enkele garantie is dat ze in een volgend moment dezelfde gedachte zal hebben (en daarmee dezelfde realiteit zal creëren). We weten geen van allen wat we morgen denken, welk fris perspectief zich aandient, of er ineens een revolutionair plan in ons opkomt. De mogelijkheid bestaat dat je met één nieuwe gedachte een heel andere wereld ziet.

Laat die mogelijkheid eens open, in plaats van vast te stellen hoe het is en zal zijn.